Verboden Kerstkus van de Jonge Stagiair
De strenge advocaat verliest zichzelf in de verboden kerstkus van zijn achtentwintigjarige stagiair.
De geur van dennennaalden en warme kaneel hing tussen de glazen wanden van het advocatenkantoor aan de Herengracht. Buiten glinsterde de decemberavond over het donkere water, binnen brandden snoeren met kleine lampjes langs de boekenkasten, over de receptiebalie en rond de deurpost van de hoekkamer. De kerstborrel zou over een uur beginnen, maar de vergadertafel stond nog half gedekt: kaas in folie, flessen wijn die niemand had opengetrokken, servetten in goud en rood die scheef lagen omdat er een krat glazen tegenaan was gezet.
Damon, achtentwintig en sinds drie jaar advocaat bij het kantoor, schoof een stapel dossiers naar de zijkant van zijn bureau en keek op de klok. Zijn mouwen zaten opgerold tot zijn ellebogen. Zijn das hing los, donkerrode zijde, vanochtend gekozen omdat het feestelijk genoeg leek zonder dat een partner er iets van zou zeggen. In het raam zag hij zichzelf: brede schouders, een kaak die hij te vaak stijf hield, ogen die te lang op de deuropening bleven rusten.
Daar verscheen Callum. Tweeëntwintig, rechtenstudent aan de universiteit, sinds september stagiair op ondernemingsrecht. Slank, in een overhemd dat te netjes gestreken was voor iemand die de hele middag archiefdozen had gesjouwd. Zijn donkere haar viel over zijn voorhoofd. Hij zette het krat op het parket en de spieren in zijn onderarmen spanden onder de opgerolde mouwen.
“De rest staat in de keuken,” zei hij. Zijn stem was lager dan Damon de eerste week had verwacht. “Ik dacht dat jij de laatste dingen hier wilde, zodat je tijdens de borrel niet steeds heen en weer hoeft.”
“Blijf even,” zei Damon. Het kwam er rauwer uit dan hij bedoelde. Hij schraapte zijn keel. “Als je wilt. Er is nog genoeg te doen.”
Callum glimlachte scheef, de glimlach die Damon wekenlang te vaak had gezien en te lang had onthouden. Late avonden, de verdieping al donker. Een terloopse opmerking over hoe Damon eruitzag zonder colbert, bovenste knoop open, keel bloot. Een blik die een seconde te lang bleef hangen boven een pen, boven een mond die een zin afmaakte. Niets uitgesproken. Alles gevoeld.
Damon wist dat Callum single was. Callum wist het van hem. Ze hadden het gezegd bij de koffieautomaat, als feiten die nergens toe deden. Damon nam dit jaar niemand mee naar het etentje van de maatschap. Callum sliep alleen, zijn laatste vriend in de zomer vertrokken, en hij vond het niet erg, behalve ’s avonds laat, als het huis te stil was. Daarna hadden ze gedaan alsof de lucht niet dikker was geworden. Alsof Damons blik niet op Callums mond was blijven hangen. Alsof Callum niet had gekeken naar de manier waarop die das bewoog als Damon slikte.
“Je das zit scheef,” zei Callum, dichterbij dan nodig. Hij raakte de stof niet aan. Hij keek alleen, lippen iets vaneen. “Of misschien staat het je juist zo. Een beetje los. Alsof je al bijna klaar bent met werken en nog niet durft te zeggen wat je wilt.”
Warmte kroop in Damons nek. “Concentreer je op de glazen.”
“Ik concentreer me prima.” Callum hurkte. Het overhemd spande over zijn rug, en Damon keek naar het raam omdat kijken gevaarlijk was, en keek toch, vanuit zijn ooghoek, naar de holte onder Callums oor, naar de stof om zijn dijen.
Buiten liepen mensen met cadeautassen langs de gracht. Binnen tikte de verwarming. Damon dacht aan hoe die mond zou voelen als hij ophield verstandig te zijn. Hij was de begeleider, Callum de stagiair, en dat verschil woog, ook al was Callum een man van tweeëntwintig die zelf koos en hem aankeek alsof de keuze allang gemaakt was. Nachtenlang had Damon wakker gelegen, hand om zijn pik, Callums naam achter zijn tanden. De ochtend erna gaf hij dossiers alsof er niets was. Callum nam ze aan met een opmerking die twee betekenissen had, en Damon verstond ze allebei.
Nu, met de lampjes die alles zachter maakten dan tl-licht ooit kon, voelde die verstandigheid dun. Als papier.
De borrel begon met gelach in de gang, jassen over stoelleuningen, een playlist die te hard stond tot Simone, de secretaresse, hem zachter draaide. Damon praatte, wees naar de kaas, dronk water. Hij wilde zijn hoofd helder. Callum stond bij het raam, ook met water — hij dronk niet op kantoor, had hij gezegd, niet als hij scherp wilde blijven — en telkens als Damon opkeek, keek Callum terug. Geen troebele blik. Een heldere. Een die zei: ik weet wat je doet, en ik doe het ook.
Toen Damon hem een schaal aangaf, raakten hun vingers elkaar. Callum liet niet meteen los. Zijn duim streek over Damons knokkel, één keer, expres. Damon voelde het tot in zijn lul, ongepast tussen kerstlicht en een collega die op twee meter afstand over een zaak praatte. Hij trok zijn hand terug. Callum glimlachte in zijn glas en zei niets. De spanning zoemde onder de muziek door, dikker met elk uur.
Tegen tienen liep de zaal leeg. Treinen, kinderen, feesten elders. De playlist stopte midden in een refrein. Simone deed het grote licht uit, liet de kerstlampjes branden, een gemompel van oranje en wit over het parket, en wenste hun een goede nacht zonder te zien — of wel te zien, en verstandig genoeg om te zwijgen — dat Callum niet naar zijn jas reikte. Damon verzamelde de laatste glazen. Toen hij opkeek, stond Callum in de deuropening van zijn kamer, jas over zijn arm, alsof hij weg zou gaan en het toch niet deed.
“Iedereen is weg,” zei Callum.
“Ja.”
“Dan zijn we alleen.”
Damon zette een glas neer. Te hard in de stilte die de borrel had achtergelaten. Kaas en dennen hingen nog in de lucht. “Je hoeft niet te blijven.”
“Ik wil blijven.” Callum legde zijn jas over de bezoekersstoel. Zijn vingers trilden niet. Zijn stem een beetje wel, niet van twijfel, van iets dat te lang was ingehouden. “Al weken. Jij ook. Doe niet alsof je het niet merkt. Niet vanavond.”
De woorden hingen kaal en waar tussen hen in. Damon had contracten gesloten met leugenaars, en hier stond een man van tweeëntwintig die zei wat ze allebei wisten. Single. Verlangend. Hier, onder de resten van de kerstborrel, met niemand meer op de verdieping.
Callum deed de deur zacht dicht. Geen slot, alleen de knop, een grens tussen hen en de lege gang. “Een verboden kerstkus,” zei hij, half lach, half uitdaging. “Dat zei ik vanmiddag tegen mezelf. Dat ik het zou zeggen als we alleen waren. Het klinkt stom, hè.”
“Het klinkt niet stom.” Damon kwam achter zijn bureau vandaan. Langzaam. Elke stap gaf Callum tijd om te deinzen, te lachen, zijn jas te pakken. Callum deed niets daarvan. Kin iets omhoog, ogen donker in het schemerlicht door de glazen wand. Zijn borst ging snel. Die van Damon ook.
“Ik wil dit,” zei Damon, schor, op een armlengte, dicht genoeg om munt en warm katoen te ruiken. “Hard. Echt. Niet als een vergissing die we morgen wegpraten. Zeg het als jij het ook wilt. Hardop.”
“Ik wil het.” Callum zette de laatste stap, schoenen tegen schoenen. “Ik wil jou. Nu. Hier. Niet omdat ik moet. Niet omdat jij mijn begeleider bent en ik bang ben om nee te zeggen. Ik zeg ja. Ik heb al ja gezegd sinds die avond dat je tot elf uur bleef en je das aftrok alsof je vergat dat ik keek. Ik was het niet vergeten. Ik heb erover geaaid, Damon. In mijn eigen bed. Met jouw gezicht achter mijn ogen. Ik ben het zat om alleen te doen alsof.”
De spanning in Damons schouders verplaatste zich, lager, heter, tot zijn pik tegen zijn broek drukte en hij niet langer deed alsof. “Goed. Dan houden we op.”
Callum was de eerste die hem aanraakte. Zijn vingers vonden de das en trokken de knoop los, geduld dat vloekte met de honger in zijn ogen. De zijde gleed langs Damons keel. Callum liet hem op het bureau vallen, pakte het overhemd bij de kraag en trok hem naar voren.
De zoen was geen proef. Callum opende zijn mond meteen, Damon antwoordde even gulzig, tong tegen tong, een geluid diep uit zijn borst dat hij niet inhield. Munt en koude lucht. Callums handen in zijn haar, niet zacht, en Damon greep hem bij zijn middel, trok dat slanke lijf tegen zich aan tot hij de hardheid in Callums broek voelde tegen zijn eigen. Ze kusten tot hun lippen brandden. Callum beet zacht in zijn onderlip. Damon gromde en duwde hem achteruit tot de rand van het bureau tegen zijn dijen stootte.
“Je smaakt naar iets wat ik al weken wil,” zei hij tegen die mond, en hij kuste hem opnieuw, dieper, hand naar Callums kont, een kneep, dichter. Callums heupen schokten, pik tegen pik door twee lagen stof, en Damons controle bladderde af.
“Je bureau,” hijgde Callum, voorhoofd tegen voorhoofd.
“Mijn bureau. Als je dat wilt. Zeg het nog een keer.”
“Ik wil alles. Je kleren uit. Je pik. Dat je me neukt op dat hout tot ik niet meer stil kan zijn. En dat je me aankijkt, zodat je ziet dat ik het meen.”
Ze kleedden elkaar uit zonder elegantie. Knoopjes gingen snel, vingers zaten elkaar in de weg, een kort lachje, en dan door. Damons overhemd viel open. Koelte op zijn borst, meteen verdreven door Callums handen, plat en hongerig, over zijn tepels, over de lijn haar naar zijn broek. Zijn pik duwde al hard tegen de stof, een doffe pijn van weken wachten. Hij trok Callums overhemd over zijn hoofd. Warme huid, bleek in het kerstlicht, ribben als hij inademde, een fijne streep haar onder zijn navel.
Damon kuste zijn sleutelbeen, proefde zout, vond een tepel, cirkelde, schampte met zijn tanden. Callum klauwde in zijn schouders.
“Godverdomme. Doe dat nog eens.”
Hij zoog, zacht en dan harder, tot de tepel stijf tegen zijn tong stond en Callums heupen opnieuw zochten. “Houd je geluiden niet in. Er is niemand meer.”
“Geef me dan aanleiding.” Callums handen gingen naar zijn riem. “Ik zak op mijn knieën. Ik wil je in mijn mond voor je me op dat bureau legt. Ik heb er te vaak aan gedacht.”
De riem ging los. De rits. Damon hielp, ongeduldig, en zijn broek zakte. Callum duwde hem zacht achteruit tot Damon met zijn kont tegen het bureau leunde, en zakte toen op het parket tussen zijn voeten, overhemd al weg, broek nog open, wangen rood.
Hij keek omhoog. “Mag ik?”
“Ja.” Damon legde een hand in zijn haar, niet duwend, aanwezig. “Zuig me. Ik wil je mond.”
Callum bevrijdde zijn pik. Dik, stijf, de eikel al nat van voorvocht. Hij keek ernaar alsof hij het wilde inprenten, likte van de basis naar de top, een hete streep, en nam hem in zijn mond. Diep. Gulzig. Zijn lippen sloten zich strak om de schacht. Hij zakte tot hij kokhalsde, trok terug, ademde door zijn neus, en ging opnieuw, dieper, keel ontspannen met een vastberadenheid die Damon deed vloeken. Speeksel glinsterde aan zijn kin. Zijn wangen holden. Het geluid was nat en eerlijk, het soort geluid dat een kantoor niet hoort te kennen, en dat nu alles was wat de hoekkamer vulde naast hun adem.
Damon keek naar beneden en zag hoe Callum met zijn vrije hand zijn eigen broek openrukte, zijn pik tevoorschijn haalde — slank, hard, de kop donker en glanzend — en zichzelf begon af te trekken in hetzelfde ritme als zijn mond. Vuist op en neer. Heupen die klein schokten tegen niets. Een kreun rond Damons lul, een trilling recht naar zijn ballen.
“Kijk jou,” bracht Damon uit, stem gebroken. “Op je knieën, mijn pik in je keel, je eigen lul in je hand. Geil als de neten. Je wilt dit al weken, hè. Je hebt je afgetrokken op precies dit.”
Callum knikte zonder los te laten, ogen vochtig van inspanning en lust, niet van pijn. Hij zoog harder. Zijn tong drukte tegen de onderkant, likte de rand van de eikel telkens als hij terugkwam, en nam hem dan weer diep, tot zijn neus bijna Damons buik raakte. Damon moest zijn heupen stilhouden om niet meteen in die warme mond te stoten tot hij kwam. Zijn dijen trilden. Zijn hand in Callums haar spande en ontspande. Hij wilde meer. Hij wilde alles wat die mond hem zojuist had aangeboden, hardop, zonder dwang.
“Genoeg,” zei hij, rauw. “Anders kom ik in je keel en ik wil in je. Opstaan. Op mijn bureau.”
Callum liet hem los met een nat geluid. Een draad speeksel brak tussen zijn lippen en de eikel. Zijn mond was rood, zijn kin nat, zijn pik klopte in zijn vuist. Hij hijgde. “Dan neuk me. Hard. Ik wil voelen hoe dik je bent. Ik wil dat je me openspert tot ik niks anders meer kan zeggen dan je naam.”
Damon trok hem overeind en kuste hem, proefde zichzelf, zout en heet. Samen werkten ze Callum uit zijn broek en zijn schoenen, onhandig, lachend tegen elkaars mond, tot Callum naakt was en Damon zijn eigen broek en schoenen ook uittrapte. Het hout van het bureau was koel toen Damon hem erop tilde, handen onder zijn dijen, en Callum ging mee, vertrouwend, rug op de dossiers die allang niet meer uitmaakten.
“Blijf open voor me,” zei Damon, en hij duwde Callums benen uit elkaar. Callum boog zich naar achteren op zijn ellebogen, spreidde wijder, kont naar de rand, gat zichtbaar in het schemerlicht, pik tegen zijn buik, een natte streep op zijn huid. Hij keek niet weg.
Damon opende de onderste lade. Een flesje glijmiddel, weken geleden gekocht in een opwelling die hij zichzelf kwalijk had genomen en die nu het enige verstandige leek dat hij ooit had gedaan. Hij hield het omhoog. “Dit. Mijn vingers. Dan mijn lul. Zeg stop wanneer je wilt en ik stop. Meteen. Geen vragen.”
“Ik zeg het als het moet.” Callums stem was hees, zijn ogen helder. “Maar ik wil niet dat je stopt. Ik wil je vingers. Ik wil je dikke lul. Ik wil dat je me neukt tot we allebei klaarkomen. Dat is wat ik wil. Hoor je me?”
“Ik hoor je.”
Damon goot het glijmiddel over zijn vingers, warmde het, en drukte de eerste tegen Callums anus. Strak. Warm. Callum ademde uit, duwde tegen hem aan, en de vinger gleed naar binnen, tot aan de knokkel. Damon bewoog, draaide, volgde zijn adem. Een tweede vinger. Callum vloekte, hoofd achterover, pik die lekte op zijn buik.
“Strak,” mompelde Damon. “Je bent zo verdomd strak. Je gat zuigt aan mijn vingers alsof het smeekt.”
“Meer. Niet plagen. Ik kan het hebben. Ik wil het hebben.”
Drie vingers. Hij spreidde ze, neukte hem er langzaam mee, het natte geluid vulde de kamer samen met Callums kreunen, luid, zonder schaamte, kaatsend tegen het glas. Damon kromde zijn vingers, vond de plek die Callums hele lijf deed schokken, en wreef daar tot Callum zijn naam zei alsof het een vloek was.
Toen trok hij ze terug. Hij smeerde zijn eigen pik in, dik en kloppend, en zette de eikel tegen die voorbereide opening. “Op je rug. Ik wil je gezicht. Missionaris, hier, op mijn bureau. Kijk me aan.”
Callum keek. Pupillen wijd. Handen om de rand. “Doe het. Kom in me.”
Damon duwde. De weerstand brak. De eikel gleed naar binnen, en Callum slaakte een geluid dat half kreun en half lach was, benen die zich om Damons middel sloten, hakken in zijn rug. Damon zakte dieper, centimeter voor centimeter, tot hij helemaal in hem zat, ballen tegen zijn kont, de hitte om zijn schacht zo strak dat zijn zicht even wit werd.
“Verdomme,” zei hij. “Je voelt ongelooflijk. Zo strak om mijn lul. Elke keer als ik beweeg klem je. Alsof je me niet wilt laten gaan.”
“Beweeg dan.” Callums stem brak. “Neuk me. Ik wil je gezicht zien als je me vult. Hard. Ik heb ja gezegd. Houd je daar aan.”
Damon trok terug en stootte. Het bureau kraakte. Hij vond een ritme: diep, hard, ritmisch, elke stoot een klap van huid op huid. Callum kreunde luid, zijn stem schor en open, handen die Damons schouders vastgrepen, nagels in huid. “Harder. Ja. Daar. Je pik zit zo diep. Ik voel je. Neuk dat strakke gat van me, Damon, laat me niet nadenken.”
“Je bent van mij vanavond,” gromde Damon, en hij boog om hem te kussen terwijl hij stootte, tong en lul tegelijk, het bureau dat een centimeter over het parket schoof. “Zo strak. Elke keer als ik eruit ga wil je me terug. Vuile, geile stagiair. Je ligt op mijn dossiers en je smeekt om mijn lul. Zeg het.”
“Ik smeek.” Callum hijgde tegen zijn mond, ogen open, eerlijk. “Ik smeek. Geef het me. Harder. Je voelt zo dik. Ik wil je tot het eind.”
Ze neukten zo tot Damons dijen brandden en Callums stem rauw werd van het kreunen. Voorvocht maakte een vlek op Callums buik. Damon voelde hoe die strakke hitte hem naar de rand trok en hield zich in, tanden op elkaar, omdat hij hem nog op een andere manier wilde, omdat Callum het had gevraagd met zijn hele lijf.
Hij trok zich terug. Zijn pik glansde. Callum jammerde om het verlies, een klein, boos geluid, en draaide zich toen zonder dat het gevraagd hoefde te worden. Hij zakte van de rand, boog zich over het bureau, borst op het hout, kont omhoog, benen gespreid, en keek over zijn schouder. Haar plakte aan zijn voorhoofd. Zijn gat was nat, open, wachtend.
“Zo,” zei hij. “Voorover. Neem me zo. Ik wil dat je me neukt alsof je niet meer kunt wachten. Hard en ritmisch. Tot we allebei komen.”
Damon greep zijn heupen en stootte in één beweging naar binnen. Dieper zo, de hoek scherper, en Callum schreeuwde het bijna uit, een lang gebroken geluid, en duwde terug tegen hem aan. Damon neukte hem hard, de klappen van zijn heupen tegen Callums billen vulden de stille verdieping. Rode afdrukken onder zijn handen. Hij boog over die smalle rug, beet zacht in een schouder, en praatte tegen zijn oor, stem kapot van lust.
“Voel je hoe strak je bent? Je gat klemt om me alsof het me wil leegmelken. Zo heet. Zo nauw om mijn pik. Ik ga je volspuiten. Ik ga komen in dat strakke lijf van je, en jij gaat komen met mijn lul diep in je.”
“Doe het,” kreunde Callum. Zijn hand was onder hem, rukte aan zijn eigen pik in hetzelfde harde tempo, knokkels tegen het hout. “Ik ben dichtbij. Neuk me door. Niet stoppen. Ik wil je zaad. Ik wil komen terwijl je in me zit. Hoor je hoe nat ik ben? Dat is voor jou. Alleen voor jou.”
“Luid,” beval Damon, en hij stootte dieper, langzamer even, dan weer hard, ritmisch, meedogenloos in het ritme dat Callums lichaam hem teruggaf. “Laat me horen hoe lekker strak je je voelt om me heen. Zeg het.”
“Strak,” hijgde Callum, en het woord brak. “Ik ben zo strak om je. Je rekt me open. Ik voel elke ader. Harder. Ja. Zo. Ik kom. Damon, ik kom—”
Zijn lijf spande zich. Een schreeuw die oversloeg in een kreun, lang en schor. Zijn gat trok ritmisch samen om Damons pik, heet en onwillekeurig, en zaad spatte over zijn vuist, tegen de zijkant van het bureau, druppelde op het parket. Die samentrekking was te veel. Damon verloor het ritme, werd wilder, korter, dieper, drie stoten, vier, en kwam met een rauwe vloek, zijn pik pulseerde, hij vulde Callum met zijn zaad, heupen tegen hem aangedrukt, trillend, leeggezogen door die strakke hitte. Hij bleef stoten door zijn ontlading heen, klein, hulpeloos, tot er niets meer was dan naschokken en het geluid van hun adem.
Ze bleven zo. Damons voorhoofd tegen Callums schouderblad. Zweet koelde op hun ruggen. Het kerstlicht bewoog niet. Buiten was de gracht zwart en stil.
Damon trok zich voorzichtig terug. Callum huiverde, niet van kou. Een zacht, nat geluid, en Damon pakte tissues uit de la, veegde hem schoon met een zorg die na al die hardheid bijna verlegen aanvoelde. Callum draaide zich om. Zijn knieën waren slap. Damon hield hem vast, een arm om zijn middel, en Callum kuste hem, zacht dit keer, mond op mond, zonder tong, alleen warmte. Een tweede kus, op zijn kaak. Een derde, korter, op zijn lippen, en een glimlach die klein was en echt.
Ze kleedden zich langzaam aan. Knoopjes die eerder in de weg hadden gezeten, gingen nu een voor een dicht. Damon vond zijn das op de grond en stopte hem in zijn zak, niet om hem opnieuw te strikken. Callum streek zijn haar glad en faalde, en lachte zacht, tevreden, de lach van iemand die gekregen had wat hij gevraagd had. Ze wisselden kussen uit tussen de knoopjes door, korte aanrakingen op een slaap, op een mondhoek, op de plek onder een oor waar Damon de hele avond naar had gekeken. Geen honger meer. Alleen warmte, en de geur van seks en dennen, en twee glimlachen die niets hoefden uit te leggen.
Buiten bewoog het water. De lampjes brandden nog. Damon legde zijn hand even op Callums nek, en Callum leunde erin, ogen dicht, schouder tegen zijn schouder.
Geen van beiden zei nog iets.
De kamer hield hen vast, en de stilte bleef.
Rate this story
Klopt er iets niet aan dit verhaal?
Vanavond iemand ontmoeten.
Erotische contacten bij jou in de buurt. Gratis aanmelden.
Nu vinden →Popular Collections
Browse Categories